Sint-Agathaklooster – Prinsenhof Delft

Alyd Buser was een rijke weduwe die zich aan het eind van de veertiende eeuw samen met haar dochter Aechte aansloot bij een groep Delftse zusters. In 1403 nam deze groep een huis aan de Oude Delft in gebruik als klooster. Ze noemden dit klooster het Sint-Agathaklooster naar  de heilige Agatha, de naamheilige van dochter Aechte. Alyd Buser werd de eerste moeder-overste. Zij werd opgevolgd door haar dochter Aechte. Omdat de groep zusters steeds groter werd, werd het klooster vele malen uitgebreid tot het grootste en ook rijkste klooster binnen de muren van middeleeuws Delft. De laatste prior en biechtvader van het klooster was Cornelis Musius, die op 11 december 1572 in Leiden opgehangen werd door Willem II van der Marck Lumey, opperbevelhebber van de Watergeuzen, na wreed en langdurig te zijn gemarteld.

Na de Reformatie in de tweede helft van de zestiende eeuw werd het gebouwencomplex opgesplitst in afzonderlijk gebruikte delen. Een deel van de kapel bleef als thans Hervormde kerkelijke ruimte (Waalse Kerk) in gebruik en in de lange zuidelijke vleugel bleven nog enkele getolereerde kloosterzusters wonen.

Willem van Oranje

Het overige gedeelte van de gebouwen werd ingericht als hof van Prins Willem van Oranje, die van 1572 tot 1584 regelmatig in het Sint-Agathaklooster verbleef. Daardoor staat het sindsdien bekend als 'Het Prinsenhof'. Op 10 juli 1584 werd hij in het Prinsenhof vermoord door Balthasar Gerards. Op de plek waar dit is gebeurd zijn de kogelgaten nog altijd te zien in de muur.

Latere ontwikkelingen

In 1657 werd het Prinsenhof gedeeltelijk ingericht als lakenhal. Van 1775 tot 1807 was er de Latijnse school van Delft gevestigd. Het complex werd tussen 1932 en 1951 gerestaureerd tot museum Prinsenhof en bevindt zich recht tegenover de Oude Kerk.

Adres: Oude Delft 173, 2611 HB Delft

 

Prinsenhof, Oude Kerk Delft
Prinsenhof, Delft