Delft 1650-1654

In de zomer van 1650 deden zich grote veranderingen voor in het leven van Carel Fabritius. Na het overlijden van Aeltje Velthuys trad hij in september van dat jaar opnieuw in het huwelijk met de in Amsterdam woonachtige weduwe Agatha van Pruyssen. Fabritius blijkt dan net van Middenbeemster naar Delft te zijn verhuisd, wellicht in verband met dit aanstaande huwelijk; de familie van zijn tweede vrouw was immers afkomstig uit Delft. 

Diverse akten in de Delftse notariële archieven herinneren aan de aanwezigheid van Carel Fabritius in die stad. De meeste documenten uit deze jaren betreffen financiële aangelegenheden; de indruk ontstaat dat de financiële positie van de schilder toen niet erg rooskleurig was, zo had hij een aantal leningen uitstaan.

Op 29 oktober 1652 werd Fabritius ingeschreven als schilder in het Meesterboek van het Delftse St. Lucasgilde. Het is opvallend dat hij zich pas liet inschrijven toen hij al ruim twee jaar in Delft woonachtig was. Het kwam wel vaker voor dat kunstenaars zich niet direct inschreven, zo liet Pieter de Hooch (1629-c. 1683/84) zich in 1655 in Delft inschrijven, na ongeveer 15 maanden te hebben gewacht. De gildereglementen stonden niet toe schilderijen te verkopen of leerlingen aan te nemen zonder ingeschreven te zijn.